Hoe werken zonnepanelen?

Zonnepanelen, ook wel PV-panelen genoemd, zetten zonnestraling om in stroom. De zon schijnt gratis en de opgewekte stroom is 100% groen. Hoe meer zonnepanelen er op je dak passen, des te meer goedkope, duurzame energie je kunt produceren. Hoeveel energie je kan opwekken hangt niet alleen af van het aantal zonnepanelen, maar ook van de ligging van je dak én de hoeveelheid zonlicht in jouw woonplaats.

Van zonlicht naar zonnepaneel

Een zonnepaneel bestaat uit tientallen zonnecellen, die gemaakt zijn van laagjes silicium. Silicium is super zuiver zand. De wijze waarop het silicium is verwerkt bepaalt de kwaliteit van het paneel: zo zijn er monokristallijne zonnepanelen en polykristallijne zonnepanelen. Zonlicht wekt elektrische spanning (fotovoltaïsche energie) op tussen de laagjes silicium. Doordat de zonnecellen in serie zijn geschakeld, ontstaat er voldoende elektrische stroom die nuttig gebruikt kan worden.

Eén zonnecel levert 0,4 tot 0,5 Volt aan spanning en 8 Ampère. Dit betekent zo’n 3,5 Watt aan vermogen. Op één zonnepaneel bevinden zich meestal 72 zonnecellen die in serie geplaatst zijn, waardoor een zonnepaneel in de volle zon ongeveer 240 Watt aan vermogen genereert.

Van zonnepaneel naar stopcontact

De stroom die uit een zonnepaneel komt moet nog wel worden omgezet naar bruikbare stroom voor in de woning. Het omzetten van zonnestroom (gelijkstroom) naar wisselstroom voor de woning gebeurt via een omvormer. Dit is een kastje die meestal op zolder wordt opgehangen, zo dicht mogelijk bij de zonnepanelen. Via een kabel wordt de bruikbare stroom uit de omvormer naar de meterkast geleid. Daar wordt deze stroom verdeeld. Alles wat je in huis nodig hebt wordt meteen gebruikt, een eventueel restant lever je terug aan het energienetwerk en wordt netjes gesaldeerd met je verbruik. Zo gaat er geen duurzame energie verloren en weet je zeker dat jouw stroom écht groen is.